| ||||||||||||||||||
|
|
Voorproefje van Sterf voor mijEen IBS Thriller van J.T. Ellison
Pagina: 1 2 PROLOOG Zou die rotzak ooit nog bellen?Uit de overvolle asbak, waarin de uitgedrukte sigarenpeuken elkaar leken te verdringen, kringelde rook omhoog. De man wierp een blik op zijn horloge. Zou het al gebeurd zijn? Hij drukte de Cohiba uit in het dikke kristal en liep naar het raam. Er zat een dun laagje bevroren condens op de vuile ruiten. Het was dit jaar al vroeg koud. Met een gehandschoende vinger trok hij een X op het glas en staarde de nacht in. Hoewel het al tegen twaalven was, bruiste de stad nog van leven. Verderop, op het terrein van Cheekwood, was een of ander festival aan de gang; volop leven en plezier. Als hij zijn ogen toekneep, kon hij de koplampen voorbij zien flitsen in de bochten van de Boulevard. Hij veegde de letter weer weg en draaide zich met zijn rug naar het raam. Het was zo donker in de kamer, zo leeg. In de schaduwen lagen geesten op de loer. Met stokkende adem knipte hij de bureaulamp aan. Hij hapte naar lucht, zoog zijn longen zo vol mogelijk. De paniek werd verjaagd door het peertje. Weliswaar was het schijnsel zwak in de spelonkachtige ruimte, maar het was toch licht. Sommige dingen veranderden nooit. Na al die jaren was hij nog steeds bang in het donker. De enige voorwerpen op het bureau waren het sierlijke rozenhouten sigarenkistje, de asbak en de telefoon, die maar bleef zwijgen. De kamer zelf was net zo Spartaans ingericht. De eentonigheid werd alleen doorbroken door het simpele bureau, de leren stoel met hoge rugleuning op wielen en drie klapstoelen. Hij opende de humidor en haalde er nog een jubileum-Cohiba uit. Het juiste ritueel volgend, knipte hij het puntje af, hield de aansteker onder het uiteinde en wentelde de sigaar traag in de vlam tot de tabak begon te branden. Diep inhalerend liet hij de zoete rook zijn longen in stromen. Zo, dat was beter. Deze afzondering was noodzakelijk. Niemand mocht hem zo zien. Het imago van de sterke, competente man die hij voorheen was geweest moest in stand blijven. Hoe zou het kreupele wezen waartoe hij was verworden, met die knoestige handen en kromme rug, ooit angst kunnen aanjagen? Het zou nu niet lang meer duren. Angst zou zijn vale paard zijn, met als ruiter de dood, die meisjes met rode lippen met zich meevoerde. De rinkelende telefoon wekte hem uit zijn gemijmer. Eindelijk. Met een bruusk 'ja?' nam hij op. Hij luisterde even en verbrak toen zonder iets terug te zeggen de verbinding. Een lome grijns verspreidde zich over zijn gelaat. Het was zover. Tijd om te herrijzen, om op te staan uit de dood. Een nieuw gezicht, een nieuw lichaam, een nieuwe ziel. Met een laatste blik uit het raam drukte hij de sigaar uit. Hij sloot de humidor, trotseerde de schaduwen en liep de duistere gang op. Pagina: 1 2 |
|
||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||